ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5817
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.P.M. Elderman
- G. Blomsma
- J.F.M.J. Bouwman
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verblijfsvergunning wegens onvoldoende motivering en formele rechtskracht
Eiser, een Burundese asielzoeker, diende in december 2000 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Op 20 april 2001 verleende verweerder een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, eerste lid, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000, zonder te motiveren waarom geen vergunning op de a-, b- of c-grond werd verleend.
Eiser stelde beroep in en voerde aan dat de motivering van het besluit onvoldoende was en dat hij belang had bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Verweerder betoogde dat eiser geen belang had bij voortzetting van de procedure omdat een vreemdeling met een vergunning op de d-grond geen andere titel kan verkrijgen en dat formele rechtskracht aan het besluit toekomt.
De rechtbank oordeelde dat formele rechtskracht aan het besluit toekomt, maar dat dit niet uitsluit dat eiser belang heeft bij beoordeling van zijn beroep. De rechtbank stelde dat de motivering van de verleende vergunning onvoldoende was omdat niet was toegelicht waarom geen vergunning op de andere gronden werd verleend. Het beroep werd gegrond verklaard, de beschikking vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beschikking te geven met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de beschikking van 20 april 2001 wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering.