ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5881
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Toetsing mvv-vereiste en hardheidsclausule in vreemdelingenzaak gezinsvorming
Eiseres, van Marokkaanse nationaliteit en sinds 1991 met bijzondere status als gezinslid van een consulaire medewerker in Nederland verblijvend, had een aanvraag om een verblijfsvergunning bij haar echtgenoot ingediend. Deze aanvraag werd buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Verweerder verklaarde het bezwaar kennelijk ongegrond en liet het horen van eiseres achterwege.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar niet kennelijk ongegrond was en dat het horen van eiseres had moeten plaatsvinden. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het mvv-vereiste van toepassing is, mede gelet op de bijzondere status van eiseres en de brief van de staatssecretaris van Justitie waarin wordt aangegeven dat het mvv-vereiste niet langer moet worden gesteld bij feitelijk voortgezet verblijf.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt verweerder op binnen 14 weken een nieuwe beschikking te nemen, waarbij de hardheidsclausule en de belangen van het gezin, waaronder het feit dat eiseres een dochter heeft met de Nederlandse nationaliteit en opnieuw zwanger is, betrokken moeten worden. Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierechten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuwe beslissing binnen 14 weken.