ECLI:NL:RBSGR:2001:AD5950
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen weigering toelating als vluchteling en verblijfsvergunning
Eiser, afkomstig uit Afghanistan, heeft op 29 mei 1999 een aanvraag om toelating als vluchteling gedaan en kreeg een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Na afwijzing van zijn bezwaar tegen de weigering tot toelating als vluchteling, stelde hij beroep in bij de rechtbank. De rechtbank oordeelt dat eiser een rechtens te honoreren belang heeft bij een uitspraak, ondanks de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000.
De rechtbank beoordeelde het asielrelaas van eiser, die twee keer kort is gedetineerd door de Taliban en meerdere malen lastiggevallen werd. De rechtbank concludeert dat deze gebeurtenissen onvoldoende zwaarwegend zijn om een gegrond beroep op vluchtelingschap te rechtvaardigen, mede omdat de Taliban vooral gericht waren op zijn broer en niet specifiek op eiser.
Verder is niet aannemelijk dat eiser bij terugkeer naar Afghanistan een risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro, noch dat er klemmende redenen van humanitaire aard zijn. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst vergoeding van kosten af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van toelating als vluchteling en verlening van een verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard.