ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6119
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- F.J. Agema
- Rechtspraak.nl
Weigering voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens vermeend manifest bedrog afgewezen
Eiseres, van Afghaanse nationaliteit, vroeg asiel aan in Nederland en verzocht om een voorwaardelijke vergunning tot verblijf (vvtv). Verweerder weigerde deze vergunning vanwege vermeend manifest bedrog, omdat eiseres onjuiste verklaringen zou hebben afgelegd over haar reis en het verblijf van haar echtgenoot in Duitsland.
De rechtbank stelde vast dat eiseres onjuiste verklaringen gaf over het gezamenlijk reizen met haar echtgenoot en diens verblijf in Duitsland, maar oordeelde dat dit niet zonder meer kon worden aangemerkt als manifest bedrog. Eiseres verklaarde niet op de hoogte te zijn geweest van het verblijf van haar echtgenoot in Duitsland, wat de rechtbank aannemelijk achtte.
Verder concludeerde de rechtbank dat eiseres geen gegevens had achtergehouden die het onderzoek naar verblijf in een derde land zouden frustreren. De rechtbank vond dat bij bekendheid met de juiste gegevens een reële mogelijkheid bestond dat de vergunning zou zijn verleend.
De rechtbank vernietigde daarom het besluit van 30 augustus 2000 dat de vvtv weigerde en beval een nieuwe beslissing. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De weigering van de voorwaardelijke vergunning tot verblijf wegens manifest bedrog wordt vernietigd en het besluit terugverwezen voor nieuwe beslissing.