ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6123
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige vreemdelingenbewaring wegens schending recht op voorinzage leeftijdsonderzoek
De vreemdeling, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo, werd op 2 juni 2001 in bewaring gesteld op grond van manifest bedrog dat was vastgesteld op basis van een leeftijdsonderzoek. De rechtbank beoordeelde of deze bewaring rechtmatig was. De vreemdeling had aanvankelijk toestemming gegeven voor het leeftijdsonderzoek en het delen van de resultaten met de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), maar deze toestemming werd op 29 mei 2001 ingetrokken voordat het onderzoeksrapport was opgesteld.
De rechtbank stelde vast dat op grond van artikel 7:464 van Pro het Burgerlijk Wetboek de vreemdeling recht heeft op voorinzage van medische onderzoeksresultaten die op zijn persoon betrekking hebben. Ondanks het verzoek van de vreemdeling werd het rapport rechtstreeks aan de IND verstrekt zonder hem eerst inzage te geven, wat in strijd is met de wettelijke bepalingen.
Omdat de bewaring uitsluitend was gebaseerd op de uitkomst van het leeftijdsonderzoek, oordeelde de rechtbank dat de staandehouding, ophouding en inbewaringstelling onrechtmatig waren. De maatregel werd opgeheven met ingang van 13 juni 2001. Tevens werd een schadevergoeding van 1.850 gulden toegekend voor de periode van 2 tot en met 12 juni 2001, en werden de proceskosten van 1.420 gulden aan de vreemdeling toegekend.
Uitkomst: Bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens onrechtmatigheid en schadevergoeding wordt toegekend.