ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6147
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- H.A. Ahmadali
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid vreemdelingenrechter en afwijzing asielverzoek Ivoriaanse minderjarige
Eiser, een Ivoriaanse asielzoeker van de stam Sonike, verzocht om toelating tot Nederland als vluchteling. Zijn aanvraag werd op 11 juni 1999 afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde dat de rechtbank Den Haag niet bevoegd was het beroep te behandelen omdat het besluit dateert van voor de inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 (1 april 2001). De rechtbank oordeelde echter dat op grond van artikel 119, eerste lid, Vw 2000 juncto artikel 33a Vw (oud) zij bevoegd is.
Inhoudelijk werd het beroep afgewezen omdat eiser geen persoonlijke feiten aannemelijk had gemaakt die een gegronde vrees voor vervolging rechtvaardigen. Zijn problemen met de derde vrouw van zijn vader waren van persoonlijke aard en vielen niet onder vluchtelingengronden. Ook was niet gebleken dat hij vanwege zijn islamitische geloof werd gediscrimineerd. De rechtbank vond dat eiser zich vier jaar zelfstandig had kunnen onderhouden in Ivoorkust en dat er opvangmogelijkheden waren via familieleden.
Het speciale toelatingsbeleid voor alleenstaande minderjarige asielzoekers (AMA's) werd niet van toepassing geacht omdat eiser niet alleenstaand was in zijn land van herkomst en zich zelfstandig kon handhaven. Daarnaast was het beroep op het algemene landensituatie onvoldoende. De rechtbank concludeerde dat verweerder het bezwaar terecht ongegrond had verklaard en wees het beroep af. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich bevoegd en wijst het beroep tegen de afwijzing van het asielverzoek ongegrond.