ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6646
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A.F. Donders
- E. de Greeve
- W.J.A.M. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging vrijheidsbenemende maatregel aan vreemdeling met kind in Grenshospitium
Op 20 mei 2001 werd aan een Iraanse vreemdeling de toegang tot Nederland geweigerd en werd een vrijheidsbenemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 Vreemdelingenwet Pro 2000. De vreemdeling verzocht om een minder ingrijpende maatregel zodat zij samen met haar minderjarige kind bij vrienden in Nederland kon verblijven, maar dit verzoek werd niet in behandeling genomen.
De rechtbank constateerde dat de bewegingsvrijheid van de vreemdelingen in het Grenshospitium onnodig werd beperkt, met name tijdens lunch en diner en tijdens het luchten, waarbij slechts op gezette tijden gebruik van de luchtplaats kon worden gemaakt. Deze beperkingen waren niet strikt noodzakelijk voor de veiligheid en orde en strookten niet met het Reglement regime grenslogies.
Verder oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende rekening had gehouden met de belangen van het kind, zoals vereist door het Verdrag inzake de rechten van het kind, en dat de oplegging van de maatregel onvoldoende was gemotiveerd. De maatregel werd daarom onrechtmatig verklaard en opgeheven.
De rechtbank kende een schadevergoeding toe van ƒ 4.200,- voor de periode van onrechtmatige vrijheidsbeneming en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De vrijheidsbenemende maatregel werd onrechtmatig geoordeeld en opgeheven, met toekenning van schadevergoeding aan de vreemdeling.