ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6702
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.A. Dozy
- G. Tangenberg
- M.L. van Schaik
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering immateriële schade wegens belemmering hechtingsproces na verkeersongeval
Eiseres trad op als wettelijk vertegenwoordiger van haar zoon en vorderde schadevergoeding van de verzekeraar Hannover wegens immateriële schade die haar zoon zou lijden door de veranderde persoonlijkheid van zijn vader na een verkeersongeval.
De vader van de zoon werd op 9 oktober 1997 aangereden door een vrachtauto en liep hersenletsel op met onder meer geheugenverlies. Hannover erkende aansprakelijkheid jegens de vader, maar betwistte aansprakelijkheid jegens de zoon.
De rechtbank oordeelde dat de verkeersnormen die door de bestuurder werden geschonden niet strekken tot bescherming van de belangen van de zoon, die niet direct bij het ongeval betrokken was. Het relativiteitsvereiste leidde tot afwijzing van de vordering. Daarnaast werd geen grondslag gevonden voor vergoeding van immateriële schade zonder vermogensschade, en shockschade was niet van toepassing omdat de zoon geen getuige was.
Ook het beroep op artikel 8 EVRM Pro werd verworpen vanwege het ontbreken van horizontale werking. De vordering werd afgewezen en eiseres werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot immateriële schadevergoeding wegens belemmering van het hechtingsproces wordt afgewezen.