ECLI:NL:RBSGR:2001:AD6792
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk volgens Dublinverordening
Eiser, een Turkse vreemdeling, verzocht om toelating als vluchteling in Nederland. De aanvraag werd afgewezen omdat volgens de Dublinverordening (OvD) een andere lidstaat, namelijk Frankrijk, verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielverzoek. Eiser stelde dat zijn eerdere verzoeken, waaronder een bij gemachtigde ingediend verzoek en een verzoek bij de Nederlandse ambassade in Istanbul, als asielverzoek moesten worden aangemerkt, en dat Nederland op humanitaire gronden de behandeling moest overnemen vanwege het overlijden van zijn zoon.
De rechtbank oordeelde dat noch het verzoek via gemachtigde, noch het verzoek bij de ambassade als een asielverzoek in de zin van de OvD kan worden beschouwd, omdat deze niet persoonlijk aan de grens of op het grondgebied van een lidstaat zijn ingediend. Ook humanitaire gronden werden niet voldoende geacht om af te wijken van de verantwoordelijkheidstoedeling. Frankrijk had de behandeling van het verzoek overgenomen en er was geen aanwijzing dat Frankrijk het verzoek niet volledig zou behandelen conform internationale verplichtingen.
De rechtbank concludeerde dat de Nederlandse autoriteiten terecht de aanvraag hebben afgewezen en dat het beroep ongegrond is. De beslissing is genomen met toepassing van artikel 30 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 en de relevante bepalingen van de OvD.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt dat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van het asielverzoek.