ECLI:NL:RVS:2001:AD8709
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verblijfsvergunning asiel na toepassing Dublin-overeenkomst
Appellant verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland, maar beschikte bij binnenkomst over een geldig visum afgegeven door Frankrijk. De Nederlandse staatssecretaris verwees de behandeling van het asielverzoek naar Frankrijk op basis van de Dublin-overeenkomst (OvD), die bepaalt welke Lid-Staat verantwoordelijk is voor de behandeling van asielaanvragen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat de door appellant ingediende verzoeken niet als asielverzoeken in de zin van de OvD konden worden aangemerkt. Tevens werd overwogen dat de Nederlandse autoriteiten geen grond hadden om af te wijken van de toepassing van de OvD, ook niet op humanitaire gronden.
Appellant voerde onder meer aan dat de Nederlandse autoriteiten betrokken waren bij onderzoek naar de dood van een zoon en dat een andere zoon in Nederland was toegelaten tot de asielprocedure, maar de Raad van State vond geen aanleiding om de beslissing van de staatssecretaris te herzien. Het hoger beroep werd dan ook ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt bevestigd en de behandeling van het verzoek wordt aan Frankrijk overgedragen.