ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7333
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing asielaanvraag en beëindiging opvang op grond van Dublin-overeenkomst
Eisers, Afghaanse nationaliteit, dienden een aanvraag tot toelating als vluchteling in, welke door verweerder werd afgewezen op grond van artikel 30 Vreemdelingenwet Pro 2000, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling volgens de Dublin-overeenkomst.
Eisers voerden primair aan dat vanwege hun medische problematiek toepassing van artikel 3, lid 4, van de Dublin-overeenkomst gerechtvaardigd was, waarmee Nederland de behandeling zou behouden. Subsidiair stelden zij dat het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA) hun opvang niet mocht beëindigen in afwachting van overdracht naar Frankrijk.
De rechtbank oordeelde dat verweerder in redelijkheid kon besluiten geen uitzonderlijke schrijnende omstandigheden aanwezig te achten, mede gelet op medische gegevens waaruit blijkt dat noodzakelijke medische behandeling in Frankrijk mogelijk is. Tevens oordeelde de rechtbank dat het beroep mede de rechtsgevolgen van de beëindiging van de opvang omvat, en dat geen reden bestaat om de afwijzing van de aanvraag te herzien.
Het beroep werd ongegrond verklaard. Partijen werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag en de beëindiging van de opvang wordt ongegrond verklaard.