ECLI:NL:RBSGR:2001:AD7625
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering verblijfsvergunning wegens ononderbroken verblijf en criminele antecedenten
Eiser heeft een aanvraag ingediend op grond van de Tijdelijke regeling witte illegalen (TBV 1999/23) voor een verblijfsvergunning. Verweerder weigerde deze vergunning omdat eiser niet kon aantonen dat hij vanaf 1 januari 1992 ononderbroken in Nederland verbleef en vanwege criminele antecedenten. Eiser werd in eerste aanleg veroordeeld, maar in hoger beroep vrijgesproken.
De rechtbank oordeelt dat eiser met getuigenverklaringen en poststempels voldoende heeft aangetoond dat hij sinds 1 januari 1992 ononderbroken in Nederland verbleef. Verweerder kon niet volhouden dat deze verklaringen geen waarde hadden. De rechtbank stelt dat het arrest van het Gerechtshof, waarin eiser werd vrijgesproken, niet met terugwerkende kracht de veroordeling vernietigt, maar dat verweerder geen nadere afweging heeft gemaakt zoals vereist bij een weigeringsgrond die alleen op openbare orde berust.
Daarom vernietigt de rechtbank het bestreden besluit wegens een onjuiste feitelijke grondslag en onvoldoende motivering. Verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen binnen zes weken, rekening houdend met deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten en wordt de Staat der Nederlanden aangewezen als rechtspersoon voor vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot weigering van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.