ECLI:NL:RBSGR:2005:AU9573
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen weigering verblijfsvergunning wegens contra-indicatie in asielprocedure
Eiseressen, allen van (gestelde) Rwandese nationaliteit, hebben beroep ingesteld tegen besluiten van de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie die hen geen verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd verleenden vanwege het ontbreken van drie jaar relevant tijdsverloop in de asielprocedure. De Minister stelde dat eiseressen onjuiste gegevens hadden verstrekt, wat een contra-indicatie vormt voor verlening van de vergunningen.
De rechtbank bevestigde dat in eerdere asielprocedures de verklaringen van eiseressen over hun identiteit en nationaliteit als ongeloofwaardig waren beoordeeld. Eiseressen konden in de asielprocedure verzoeken om herziening van de contra-indicatie, maar de rechtbank oordeelde dat de huidige bestuursrechtelijke procedure niet de juiste weg is om dit te betwisten. Het standpunt van verweerder dat de bezwaren kennelijk ongegrond zijn, werd onderschreven.
De rechtbank overwoog dat het beleid omtrent contra-indicaties niet onredelijk is en dat het niet aannemelijk is gemaakt dat de twijfel aan de identiteit van eiseressen is weggenomen. Ook werd vastgesteld dat verweerder terecht heeft afgezien van het horen van eiseressen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bestreden besluiten konden de rechterlijke toets doorstaan.
Uitkomst: De beroepen van eiseressen tegen de weigering van een verblijfsvergunning regulier worden ongegrond verklaard.