ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig beslissen op asielaanvraag volgens Vreemdelingenwet 2000
Eiser diende op 27 december 2000 een asielaanvraag in waarop niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden werd beslist. Nadat de Vreemdelingenwet 2000 in werking trad, ontstond discussie over de ontvankelijkheid van het beroep tegen de fictieve weigering. De rechtbank oordeelde dat eiser terecht geen bezwaar had ingediend en dat het beroep niet onredelijk laat was.
De rechtbank stelde vast dat verweerder het besluit niet tijdig had genomen en dat er geen inhoudelijk oordeel kon worden gegeven omdat geen reëel besluit in eerste aanleg was genomen. Verweerder had aangegeven dat aanvullend onderzoek en een hoorzitting noodzakelijk waren, waarbij eerdere pogingen tot horen waren mislukt.
De rechtbank veroordeelde verweerder om binnen acht weken na het aanvullend gehoor een beslissing te nemen over de asielaanvraag en wees proceskosten toe aan eiser. Het beroep werd gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen op de asielaanvraag is gegrond verklaard en het niet tijdig nemen van een besluit vernietigd.