ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8051
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel aan staatloze Palestijn wegens bescherming UNRWA
Verzoeker, een staatloze Palestijn geboren in een vluchtelingenkamp in Libanon, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. Hij had Libanon in 1987 verlaten en verbleef onder meer in de Democratische Republiek Congo, waar hij problemen kreeg met lokale autoriteiten en handelspartners. Na bedreigingen en conflicten reisde hij via meerdere landen naar Nederland.
De rechtbank overwoog dat verzoeker op grond van zijn afkomst onder de bescherming van de UNRWA valt, waardoor hij op grond van artikel 1D van het Vluchtelingenverdrag geen beroep kan doen op dat verdrag. Hoewel verzoeker zich feitelijk buiten het beschermingsgebied van de UNRWA bevindt, kan hij zich niet beroepen op de uitzondering in de tweede volzin van artikel 1D omdat hij vrijwillig de bescherming van de UNRWA heeft verlaten.
Verder werd geoordeeld dat verzoeker onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij uitzetting naar Libanon een reëel risico loopt op foltering of onmenselijke behandeling. Zijn stellingen over vervolging door Libanese handelaren waren speculatief en niet geloofwaardig. Ook humanitaire gronden voor verblijf werden niet vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding om de uitzetting van verzoeker op te schorten. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: Verzoeker komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel en het bezwaar wordt ongegrond verklaard.