ECLI:NL:RBSGR:2001:AD8131
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens twijfel aan Sudanese nationaliteit
Eiser, afkomstig uit Soedan en stellende tot de Moro-stam te behoren, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel. Verweerder wees de aanvraag af op basis van twijfel aan eisers Sudanese nationaliteit en gebrek aan topografische kennis over zijn woonplaats. Verweerder baseerde zich op kaarten en het HIS-systeem, maar weigerde deze stukken aan de rechtbank te overleggen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder hiermee niet voldeed aan artikel 8:42 Awb Pro, dat vereist dat alle stukken die betrekking hebben op de zaak worden overgelegd om een eerlijke procedure te waarborgen. De rechtbank verwierp de stelling dat de gebruikte kaarten openbaar zouden zijn en benadrukte het belang van inzage voor een adequate verdediging en toetsing.
Verder stelde eiser dat zijn aanvraag onzorgvuldig was behandeld en dat het ontbreken van stamtaalbeheersing niet uitsluit dat hij tot de Moro-stam behoort. De rechtbank vond dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze aspecten en dat de aanvraag niet binnen de AC-procedure had mogen worden afgehandeld.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de bestreden beschikking en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.