ECLI:NL:RBSGR:2001:AD9291
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29 Vreemdelingenwet 2000 voor Libische aanvrager
Eiser, een Libische nationaliteit, heeft op 21 augustus 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 28 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Deze aanvraag werd door verweerder afgewezen, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. Eerder waren soortgelijke aanvragen van eiser reeds afgewezen en waren de daaropvolgende bezwaren en beroepen eveneens ongegrond verklaard.
De rechtbank moest beoordelen of de afwijzing van de nieuwe aanvraag in het aanmeldcentrum zonder schending van zorgvuldigheid had kunnen plaatsvinden. Daarbij werd getoetst of er nieuwe feiten of omstandigheden waren die een heroverweging rechtvaardigen. Eiser bracht als nieuw feit zijn huwelijk aan, maar dit werd onvoldoende onderbouwd om een verblijfsvergunning te rechtvaardigen.
Eiser voerde ook aan dat de situatie na de aanslagen van 11 september 2001 een nieuwe grond zou vormen, maar de rechtbank wees dit af wegens strijd met de goede procesorde. Ten aanzien van de zogenoemde d-grond (bijzondere hardheid bij terugkeer) oordeelde de rechtbank dat verweerder beleidsvrijheid heeft en dat de standaardoverweging dat Libië niet onder deze grond valt, voldoende was, mede omdat verweerder niet verwezen had naar een beleidsregel.
Omdat eiser zich niet had verzet tegen de conclusie dat de d-grond niet van toepassing was, kon verweerder volstaan met de standaardmotivering. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard.