ECLI:NL:RBSGR:2001:AB2360
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tweede asielverzoek wegens ontbreken nieuwe feiten ondanks trauma
Eiser, een Iraanse asielzoeker, diende een tweede asielaanvraag in na eerdere afwijzingen. Hij stelde dat hij mishandeld en verkracht was vanwege zijn politieke activiteiten, maar deze feiten waren volgens hem pas later in zijn verwerkingsproces bespreekbaar geworden. De Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) wees de aanvraag af wegens gebrek aan nieuwe feiten.
De rechtbank toetste of de mishandeling en verkrachting als nieuw feit konden worden aangemerkt in de zin van artikel 4:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoewel het verwerkingsproces bij slachtoffers van marteling en zedendelicten een latere melding kan rechtvaardigen, concludeerde de rechtbank dat uit het rapport van Amnesty International niet overtuigend bleek dat eiser pas na het eerdere besluit in staat was om over deze feiten te spreken.
Daarnaast waren er tegenstrijdigheden in het relaas van eiser, zoals verschillende verklaringen over het vernielen van een foto van de Iraanse leider en de timing van de mishandeling. Ook ontbrak bewijs voor zijn politieke activiteiten en de gevolgen daarvan. De rechtbank vond de geloofwaardigheid van zijn verklaringen ernstig aangetast.
De rechtbank oordeelde dat de mishandeling en verkrachting geen nieuw feit zijn en dat de afwijzing van de tweede aanvraag terecht is gehandhaafd. De hoorplicht was niet geschonden en de beschikking voldoende gemotiveerd. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het tweede asielverzoek wordt ongegrond verklaard omdat de gestelde mishandeling en verkrachting geen nieuw feit vormen.