ECLI:NL:RBSGR:2001:AE3275
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging bijstandsuitkering vreemdeling zonder rechtmatig verblijf
Eiser, een vreemdeling van Turkse nationaliteit, maakte bezwaar tegen het besluit van de gemeente Den Haag om zijn bijstandsuitkering per 25 mei 2000 te beëindigen. De rechtbank stelt vast dat eiser geen aanspraak kan maken op bijstand op grond van artikel 7, tweede lid, van de Algemene bijstandswet (Abw), omdat hij geen rechtmatig verblijf heeft in de zin van de Vreemdelingenwet.
Hoewel eiser aanvankelijk recht had op bijstand tijdens het afwachten van zijn verblijfsprocedure, verviel dit recht na een definitieve negatieve beslissing op zijn verzoek om toelating per 17 november 1998. De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep dat het onderscheid naar nationaliteit in dit kader gerechtvaardigd is.
Eisers beroep op internationale verdragen zoals het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten en het Europees Verdrag betreffende sociale en medische bijstand wordt eveneens afgewezen. De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en dat er geen aanleiding is om proceskosten toe te wijzen.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van de bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.