ECLI:NL:RBSGR:2001:AE4028
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vaststelling maatmanloon en terugvordering WAO-uitkering
Eiser maakte bezwaar tegen de vaststelling van zijn maatmanloon en de terugvordering van een deel van zijn WAO-uitkering. Hij stelde dat zijn dienstverband bij zijn voormalige werkgever ten onrechte niet was meegenomen bij de vaststelling van het maatmanloon. Verweerder stelde dat het bezwaar niet-ontvankelijk was vanwege intrekking van een eerder bezwaar en dat het dienstverband buiten beschouwing moest blijven omdat eiser sinds oktober 1996 geen werkzaamheden meer voor die werkgever verrichtte.
De rechtbank oordeelde dat het beroep zich niet richtte tegen de toepassing van artikel 44 van Pro de WAO en dat deze toepassing niet onrechtmatig was. De rechtbank stelde vast dat het dienstverband bij de voormalige werkgever niet als maatmanloon kon worden meegenomen omdat eiser sinds oktober 1996 geen werkzaamheden meer voor die werkgever had verricht en zijn werkzaamheden via uitzendbureaus in de plaats waren getreden.
Ook de terugvordering van de WAO-uitkering werd niet onjuist geacht, omdat eiser daartegen geen inhoudelijk verweer voerde. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de vaststelling van het maatmanloon en de terugvordering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.