ECLI:NL:RBSGR:2002:AD8405
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.S.G. Jongeneel
- H. Ollermann
- M.A. Dirks
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verblijfsvergunning asiel en overgangsrecht Vreemdelingenwet 2000
Eiser, een Sudanese asielzoeker, diende ruim voor 1 april 2001 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning. Na bezwaar verleende verweerder hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd op grond van artikel 29, onder d, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde dat hem ten onrechte geen vergunning voor onbepaalde tijd of op andere gronden was toegekend.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht het nieuwe recht toepaste, omdat artikel 118 Vw Pro 2000 een procedurele overgangsbepaling is en het onmiddellijkheidsbeginsel geldt. Hierdoor kon verweerder geen vergunning op grond van het oude recht verlenen. Het systeem van de Vw 2000 voorziet in een volgtijdelijk vergunningensysteem waarbij de beoordeling van een andere grond voor verlening pas aan de orde komt bij intrekking van de verleende vergunning.
De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat hem een vergunning op grond van artikel 29, onder a, b of c, had moeten worden toegekend en stelde dat dit in een eventuele intrekkingsprocedure beoordeeld kan worden. Ook is er geen sprake van formele rechtskracht van de weigering op die gronden in deze procedure. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd wordt bevestigd.