ECLI:NL:RBSGR:2002:AD9260
Rechtbank 's-Gravenhage
- Kort geding
- R.J. Paris
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verbod op overlevering aan Internationaal Straftribunaal Rwanda
Eiser, een Rwandese asielzoeker, verzocht de rechtbank om te verhinderen dat hij wordt overgeleverd aan het Internationaal Straftribunaal voor Rwanda, waar hij wordt verdacht van genocide en misdrijven tegen de menselijkheid. Hij stelde dat de minister van justitie onrechtmatig handelde door zijn onschuldverweer niet te betrekken bij de beslissing en onvoldoende waarborgen te bieden tegen mogelijke schendingen van zijn mensenrechten na strafuitvoering.
De rechtbank overwoog dat de toetsing van de overlevering beperkt is tot de gronden genoemd in de toepasselijke wetgeving en dat het onschuldverweer niet door de rechter of minister beoordeeld hoeft te worden. De minister had redelijk gehandeld door de overlevering toe te staan. Daarnaast bood de minister voldoende garanties dat eiser na vrijspraak of strafuitvoering in Nederland kan terugkeren om zijn asielprocedure af te wachten of straf te ondergaan.
De rechtbank verwierp het verzoek tot het sluiten van een enforcement agreement als onnodig en oordeelde dat het risico op schending van mensenrechten onvoldoende aannemelijk was. Ook de vordering tot opschorting van de asielprocedure werd afgewezen wegens gebrek aan bevoegdheid. De vordering werd geheel afgewezen en eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verbod op overlevering af en bevestigt de toelaatbaarheid van de overlevering aan het Tribunaal.