ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0150
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.D.J. van Reenen-Stroebel
- J.W. Sentrop
- M. Kramer
- Rechtspraak.nl
Onverbindverklaring wettelijke grondslag voor korting halfwezenuitkering op pleegzorgvergoeding
Eiser heeft een pleegkind opgenomen en ontvangt daarvoor een pleegzorgvergoeding. Na het overlijden van de moeder van het pleegkind vroeg eiser een halfwezenuitkering aan, die door verweerster werd toegekend. Verweerster bracht vervolgens een korting aan op de pleegzorgvergoeding, gebaseerd op artikel 5 lid 2 van Pro de Regeling vergoeding pleeggezinnen, waarbij de halfwezenuitkering als inkomen van de jeugdige werd aangemerkt.
Eiser betwistte deze korting en stelde dat de ministeriële regeling geen wettelijke basis heeft om het inkomen van het pleeggezin, waaronder de halfwezenuitkering valt, te verrekenen met de pleegzorgvergoeding. De rechtbank oordeelt dat het begrip "inkomen van de jeugdige" in artikel 40 van Pro de Wet op de jeugdhulpverlening (Wjhv) niet kan worden uitgebreid tot inkomsten van het pleeggezin zoals in artikel 5 lid 2 van Pro de Regeling is gedaan.
De rechtbank concludeert dat het tweede lid van artikel 5 van Pro de Regeling onverbindend is wegens strijd met de wet en vernietigt het daarop gebaseerde besluit. Eiser krijgt het betaalde griffierecht vergoed en verweerster wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen zonder de onrechtmatige korting. Het beroep wordt gegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot korting op de pleegzorgvergoeding wordt vernietigd wegens gebrek aan wettelijke grondslag.