ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0197
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening toegewezen wegens onrechtmatige niet-ontvankelijkverklaring herhaalde asielaanvraag
Verzoeker, een Sri Lankaans staatsburger, diende op 4 juni 1999 een herhaalde aanvraag om toelating als vluchteling in na een verzoek om heroverweging op 15 maart 1999. Verweerder (IND) verklaarde deze aanvraag niet-ontvankelijk op grond van artikel 15b, eerste lid onder b, van de Vreemdelingenwet (oud), omdat reeds eerder op gelijke gronden een onherroepelijk besluit was genomen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat het psychiatrisch rapport van 10 maart 1999 een nieuw feit (novum) vormde in de zin van artikel 4:6, lid 1, Awb, omdat het na het oorspronkelijke besluit van 20 maart 1998 was opgesteld en relevant was voor de beoordeling van de psychische gesteldheid van verzoeker. Dit rapport verklaarde dat verzoeker leed aan een posttraumatisch stresssyndroom en cognitieve functiestoornissen, wat de tegenstrijdige verklaringen tijdens het nader gehoor verklaarde.
De rechtbank verwierp de stelling van verweerder dat het rapport niet als novum kon gelden omdat het eerder had kunnen worden overlegd. Tevens werd het argument dat medisch retrospectief oordeel niet mogelijk zou zijn, verworpen. De rechtbank oordeelde dat verweerder onrechtmatig had gehandeld door de aanvraag niet-ontvankelijk te verklaren en wees het verzoek om voorlopige voorziening toe, waarbij verweerder werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe en oordeelt dat de niet-ontvankelijkverklaring onrechtmatig is.