ECLI:NL:RBSGR:2002:AE0897
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens overschrijding 48-uurstermijn in AC-procedure
Eiser, een Azerbeidzjaanse nationaliteit, diende op 6 februari 2002 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder wees deze aanvraag af op 9 februari 2002 binnen de zogenoemde AC-procedure. Eiser stelde beroep in bij de rechtbank en verzocht tevens om een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen.
De rechtbank oordeelde dat het bestreden besluit niet binnen de vereiste 48 procesuren was genomen, aangezien het besluit pas op 9 februari 2002 werd uitgereikt terwijl eiser zich op 6 februari 2002 had aangemeld. Verweerder kon onvoldoende motiveren waarom de extra uren boven de toegestane procesuren niet voor onderzoek beschikbaar waren. Ook bleek dat onderzoek naar de verblijfsrechtelijke positie van de echtgenote van eiser, die in een aparte procedure zat, mogelijk later had plaatsgevonden terwijl dit eerder had kunnen gebeuren.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en beval verweerder een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen omdat de hoofdzaak dat reeds overwoog. Verweerder werd veroordeeld in de proceskosten van eiser. De uitspraak werd gedaan door de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken op 22 februari 2002.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen; het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.