ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1931
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding en bewaring wegens schending wettelijke grondslag
Eiser werd op straat in Laren door de politie staande gehouden en vervolgens overgebracht naar het politiebureau te Hilversum, waar hij op grond van artikel 50 van Pro de Vreemdelingenwet 2000 werd vastgehouden. De politie beriep zich op artikel 2 van Pro de Politiewet als grondslag voor de initiële staandehouding en overbrenging. De rechtbank overwoog dat artikel 2 Politiewet Pro te algemeen is en geen uitdrukkelijke wettelijke basis vormt voor een dergelijke inbreuk op de persoonlijke levenssfeer.
De rechtbank verwees naar een eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin werd bevestigd dat het aanspreken en vragen naar identiteit op grond van artikel 2 Politiewet Pro is toegestaan, maar dat een daadwerkelijke staandehouding een expliciete wettelijke grondslag vereist, zoals artikel 50 Vw Pro 2000. De initiële staandehouding te Laren werd daarom als onrechtmatig beoordeeld, evenals de daarop volgende vreemdelingenrechtelijke staandehouding en bewaring.
Hierdoor werd het beroep van eiser gegrond verklaard en werd de opheffing van de bewaring bevolen met ingang van 28 maart 2002. Tevens werd eiser een schadevergoeding toegekend van in totaal €1370,-- voor de periode dat hij ten onrechte aan de vrijheidsontnemende maatregel was onderworpen. De Staat der Nederlanden werd veroordeeld tot betaling van deze vergoeding en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, heft de bewaring op en kent schadevergoeding toe wegens onrechtmatige staandehouding en bewaring.