ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1948
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen ambtshalve weigering verblijfsvergunning AMV
Verzoekster, een alleenstaande minderjarige vreemdeling van Chinese nationaliteit, had bezwaar gemaakt tegen de ambtshalve weigering van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) om haar een verblijfsvergunning te verlenen op grond van het speciale AMV-beleid. De voorzieningenrechter overwoog dat aan een ambtshalve genomen besluit niet wezenlijk andere rechtsgevolgen kleven dan aan een besluit op uitdrukkelijke aanvraag. Hoewel de IND stelde dat het bezwaar geen schorsende werking heeft, oordeelde de voorzieningenrechter dat verzoekster wel schorsende werking toekomt, zodat zij de behandeling van het bezwaar in Nederland kan afwachten.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd deels niet-ontvankelijk verklaard omdat het was verbonden aan een beroep dat niet-ontvankelijk werd verklaard. Voor zover het verzoek samenhing met het bezwaar werd het toegewezen, met als gevolg dat uitzetting achterwege blijft totdat op het bezwaar is beslist. Tevens werd de Staat veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoekster.
De uitspraak werd gedaan op 11 april 2002 door de voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage en is niet vatbaar voor hoger beroep.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen en uitzetting blijft achterwege totdat op het bezwaar is beslist.