ECLI:NL:RVS:2001:AE0902
Raad van State
- Hoger beroep
- R.W.L. Loeb
- B. van Wagtendonk
- J.E.M. Polak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens onjuiste behandeling beroepschrift als hoger beroep in verblijfsvergunningzaak
Appellant had bij besluit van 3 oktober 2001 een aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen gekregen van de Staatssecretaris van Justitie. Hiertegen stelde appellant beroep in bij de president van de arrondissementsrechtbank te Haarlem, die het beroep op 19 oktober 2001 ongegrond verklaarde.
Appellant stelde vervolgens hoger beroep in bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog ambtshalve dat het geschil bij de rechtbank beperkt was tot de weigering van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, waarvoor het procesrecht van asielprocedures niet van toepassing was. Omdat appellant geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit, had het beroepschrift als bezwaarschrift aan de Staatssecretaris moeten worden doorgezonden.
De president van de rechtbank had dit miskend door het beroepschrift als hoger beroep te behandelen. De Raad van State verklaarde het hoger beroep kennelijk gegrond, vernietigde de uitspraak van de rechtbank en bepaalde dat het beroepschrift alsnog aan de Staatssecretaris wordt doorgezonden ter behandeling als bezwaarschrift. Tevens werd de Staatssecretaris veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd en het beroepschrift wordt doorgezonden aan de Staatssecretaris van Justitie ter behandeling als bezwaarschrift.