ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1952
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting alleenstaande minderjarige vreemdeling
Verzoeker, een Guinese alleenstaande minderjarige vreemdeling, verzocht de rechtbank om een voorlopige voorziening die uitzetting zou voorkomen totdat op zijn beroep tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning asiel en zijn bezwaar tegen de weigering van een reguliere verblijfsvergunning was beslist.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor het belang bij de voorlopige voorziening voor zover dit samenhing met het beroep kwam te vervallen. Ten aanzien van het bezwaar tegen de weigering van de verblijfsvergunning regulier overwoog de voorzieningenrechter dat artikel 73, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 geen schorsende werking toekent aan ambtshalve geweigerde verblijfsvergunningen.
De voorzieningenrechter stelde vast dat er geen uitzettingsdatum bekend was en dat de opvang van verzoeker werd voortgezet tot vertrek. Er was geen spoedeisend belang om een voorlopige voorziening te treffen. Het verzoek werd daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen uitzetting is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.