ECLI:NL:RBSGR:2002:AE3420
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- P.K. Nihot
- I.J.B. Corbey
- H.J.H. van Meegen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging niet-ontvankelijkverklaring bezwaar verblijfsvergunning vluchteling Burundi
Eiseres, een vluchtelinge uit Burundi, diende een aanvraag in voor toelating als vluchteling en kreeg een voorwaardelijke verblijfsvergunning. Na inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001 verkreeg zij een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd. Verweerder verklaarde haar bezwaar tegen de afwijzing van een verblijfsvergunning asiel niet-ontvankelijk, omdat zij reeds een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd had.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij de beslissing op bezwaar ook de rechtmatigheid van het primaire besluit moet beoordelen, met name of eiseres aanspraak had op een gunstigere verblijfsstatus vóór 1 april 2001. Indien het primaire besluit onrechtmatig is, dient verweerder compensatie te bieden, bijvoorbeeld door analoge toepassing van artikel 115 Vw Pro.
De rechtbank stelt vast dat verweerder geen oordeel gaf over de rechtmatigheid van het primaire besluit en daarmee de beslissing ondeugdelijk motiveerde. Daarom wordt de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €644,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen opnieuw te beslissen.