ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4511
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige staandehouding wegens ontbreken redelijk vermoeden illegaal verblijf
Eiser werd op 24 april 2002 in bewaring gesteld op grond van een vermoeden van illegaal verblijf, nadat bij een uitzendbureau een werkzoekende zich had gemeld met een gestolen Nederlandse identiteitskaart. Tijdens een onderzoek in een woning werden zes personen staandegehouden, waaronder eiser, die zijn identiteit niet kon aantonen.
De rechtbank overweegt dat het redelijk vermoeden van illegaal verblijf moet zijn gebaseerd op objectieve feiten en omstandigheden die in het proces-verbaal vermeld staan. Het enkele feit dat in een woning een illegale vreemdeling verblijft, rechtvaardigt niet dat alle aanwezigen zonder nader onderzoek worden staandegehouden. In deze zaak is niet vastgesteld wie van de aanwezigen de persoon was die zich valselijk voordeed.
De staandehouding van eiser wordt daarom onrechtmatig geoordeeld. De na de staandehouding verzamelde informatie kan de rechtmatigheid van de voorafgaande staandehouding niet herstellen. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, beveelt opheffing van de bewaring per 7 mei 2002 en kent eiser een schadevergoeding toe van €1135,- voor de onrechtmatige vrijheidsontneming. Tevens worden de proceskosten van €644,- aan eiser toegewezen.
Uitkomst: De bewaring van eiser wordt opgeheven wegens onrechtmatige staandehouding en hij ontvangt een schadevergoeding van €1135,-.