ECLI:NL:RBSGR:2002:AE4544
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag en ongewenstverklaring Irakees bevestigd door rechtbank
Eiser, een Iraakse nationaliteit, verzocht om asiel en een verblijfsvergunning wegens humanitaire redenen. Zijn aanvraag werd afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en hij werd ongewenst verklaard na een gevangenisstraf. Eiser diende bezwaarschriften in tegen deze besluiten, waarvan het bezwaar tegen de ongewenstverklaring niet-ontvankelijk werd verklaard vanwege het niet tijdig indienen van de gronden.
De rechtbank oordeelde dat de herstelverzuimbrief correct was verzonden en dat de verzendtheorie niet van toepassing was op deze brief, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk werd verklaard. Inhoudelijk werd geoordeeld dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij vanwege deelname aan de Intifadah in Irak vervolging riskeerde, mede omdat hij geen concrete incidenten kon aandragen en zijn verhaal niet met documenten ondersteunde.
Verder werd vastgesteld dat de situatie in Noord-Irak geen humanitaire noodsituatie oplevert die verblijf rechtvaardigt, ook niet indien eiser geen familie- of politieke banden heeft. Het beroep tegen de weigering tot verlenging van de voorwaardelijke verblijfsvergunning werd eveneens ongegrond verklaard. De rechtbank concludeerde dat geen gronden bestonden voor een vergunning tot verblijf en dat geen kosten aan een partij werden toegewezen.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen afwijzing asielaanvraag en ongewenstverklaring wordt ongegrond verklaard.