ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5463
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielverzoek Iraakse familie wegens onvoldoende gegronde vrees en vestigingsalternatief Noord-Irak
Eisers, een Iraakse familie van Shi'itische afkomst uit Karbala, hebben asiel aangevraagd in Nederland na vermeende vervolging en een doodvonnis in Irak. Verweerder heeft de aanvragen afgewezen wegens ongeloofwaardigheid van het asielrelaas en het bestaan van een vestigingsalternatief in Noord-Irak.
De rechtbank oordeelt dat eisers onvoldoende aannemelijk hebben gemaakt dat zij een gegronde vrees voor vervolging hebben. De verklaring van eisers over hun detentie en doodvonnis wordt als niet geloofwaardig beoordeeld, mede vanwege twijfel over de authenticiteit van overgelegde documenten. Tevens is het onwaarschijnlijk dat eiser jarenlang onopgemerkt in Baghdad kon verblijven.
Verder is vastgesteld dat Noord-Irak als binnenlands vestigingsalternatief geldt voor de categorie vreemdelingen waartoe eisers behoren. Het beleid van verweerder is dat aan deze categorie een beschermingsalternatief kan worden tegengeworpen zonder dat de aanwezigheid van banden doorslaggevend is.
De rechtbank concludeert dat verweerder terecht het beroep ongegrond heeft verklaard en dat eisers geen recht hebben op vluchtelingenstatus of een verblijfsvergunning op humanitaire gronden. Het beroep wordt derhalve afgewezen en er is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: Het beroep van eisers wordt ongegrond verklaard en hun asielaanvraag en verblijfsvergunning worden afgewezen.