ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5483
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening inzake weigering verblijfsvergunning op grond van driejarenbeleid wegens criminele antecedenten
Verzoeker heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning op grond van het driejarenbeleid, waarbij hij stelde dat hij aan de voorwaarden voldeed omdat hij na het strafbare feit van 31 mei 1995 drie jaar geen strafbare feiten had gepleegd.
De rechtbank overweegt dat het driejarenbeleid striktere normen hanteert en dat criminele antecedenten binnen de driejarentermijn een contra-indicatie vormen die zwaarder weegt dan het verstrekken van onjuiste inlichtingen. De driejarentermijn begint bij criminele activiteiten vanaf de aanvraagdatum te lopen.
Verzoekers beroep op artikel 8 EVRM Pro wordt verworpen omdat zijn aanvraag niet ziet op familie- of gezinsleven en eerdere jurisprudentie dit standpunt bevestigt. De rechtbank concludeert dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft en dat de weigering van de verblijfsvergunning in overeenstemming is met het beleid.
Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en blijft de uitzetting van verzoeker gedurende de bezwaarprocedure gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de uitzetting blijft gehandhaafd.