ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5498
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens onjuiste voortgangsrapportage in vreemdelingenzaak
De vreemdeling, met Algerijnse nationaliteit, was onderworpen aan een maatregel van bewaring die door de Staatssecretaris van Justitie was opgelegd en voortgezet. De rechtbank beoordeelde de rechtmatigheid van de voortzetting van deze maatregel op basis van een voortgangsrapportage (model 120-A) die cruciale gegevens bevatte over de presentatie van de vreemdeling bij de Algerijnse autoriteiten.
De voortgangsrapportage vermeldde dat de vreemdeling op 27 juni 2002 zou worden gepresenteerd bij de Algerijnse autoriteiten. De rechtbank stelde echter ambtshalve vast, en dit werd bevestigd tijdens de zitting, dat sinds 14 mei 2002 dergelijke presentaties niet meer mogelijk waren en dat geen zicht bestond op een wijziging van deze situatie. De onjuiste informatie in de rapportage werd niet verklaard door de gemachtigde van verweerder.
De rechtbank oordeelde dat deze onjuistheid in de voortgangsrapportage in strijd is met fundamentele procesregels en niet acceptabel is. Dit leidde ertoe dat de voortzetting van de bewaring onrechtmatig werd verklaard en de maatregel per direct werd opgeheven. Tevens werd verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten aan de vreemdeling.
Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: De bewaring van de vreemdeling wordt opgeheven wegens onjuiste voortgangsrapportage, en verweerder wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten.