ECLI:NL:RBSGR:2002:AE5838
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Rossum
- Valk
- Strijards
- Rechtspraak.nl
Rechtbank verklaart zich onbevoegd in uitleveringsverzoek Verenigde Staten
De rechtbank 's-Gravenhage behandelde op 29 januari 2002 een verzoek tot uitlevering van een persoon door de Verenigde Staten. De opgeëiste persoon was in voorlopige hechtenis genomen in het arrondissement Amsterdam, waarna de vraag rijst of de rechtbank 's-Gravenhage bevoegd was het verzoek te behandelen.
De raadsman van de opgeëiste persoon betoogde dat de rechtbank niet bevoegd was op grond van artikel 20 van Pro de Uitleveringswet, omdat de voorlopige aanhouding in een ander arrondissement had plaatsgevonden. De officier van justitie stelde dat de rechtbank wel bevoegd was, onder meer omdat de zaak was begonnen met een rechtshulpverzoek in 's-Gravenhage en een van de betrokken personen daar verbleef.
De rechtbank oordeelde echter dat de bevoegdheid uitsluitend afhangt van de plaats waar de opgeëiste persoon zich fysiek bevindt op het moment van de eerste handeling ter inleiding van de uitleveringsprocedure. Omdat de opgeëiste persoon zich toen in het arrondissement Amsterdam bevond en er geen eerdere betrokkenheid van het parket 's-Gravenhage was gericht op het voorbereiden van deze uitlevering, verklaarde de rechtbank zich onbevoegd.
Daarnaast wees de rechtbank de vordering tot gevangenhouding af en beval de opheffing van de bewaring van de opgeëiste persoon. Hiermee werd het uitleveringsverzoek niet inhoudelijk behandeld, maar op procedurele gronden afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van het uitleveringsverzoek en beveelt opheffing van de bewaring van de opgeëiste persoon.