ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6077
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- E. Timmermans
- J.Th. Drop
- A.S.I. van Delden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs in meervoudige strafzaak
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor meerdere tenlastegelegde feiten. De officier van justitie vorderde vrijspraak voor het primair tenlastegelegde feit en een gevangenisstraf van 10 jaar voor de subsidiaire en tweede tenlasteleggingen. Verdachte werd bijgestaan door een raadsman die diverse verweren voerde, waaronder niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie en bewijsuitsluiting vanwege vermeende schendingen van verdachtes rechten tijdens de opsporingsfase.
De rechtbank oordeelde dat de verweren van de verdediging ongegrond waren. Er was geen sprake van doelbewuste of grove veronachtzaming van verdachtes belangen, geen schending van het recht op bijstand van een raadsman, geen onrechtmatige bewijsmiddelen en geen onzorgvuldige inzet van een informant. De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van verdachte en een medegedetineerde, lijkschouwingsrapport, plaats delict schouw en tapgesprekken.
Hoewel er voldoende wettige bewijsmiddelen waren om de subsidiaire en tweede tenlasteleggingen te onderbouwen, waren de verklaringen van verdachte innerlijk inconsistent en niet overtuigend. De rechtbank had ernstige twijfels over de geloofwaardigheid van verdachte en kon niet met overtuiging vaststellen dat hij de feiten had begaan. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en hief het bevel tot voorlopige hechtenis op.
Daarnaast werd een uitgebreide lijst van inbeslaggenomen voorwerpen teruggegeven aan diverse rechthebbenden, waaronder de ouders van het slachtoffer, banken, hotels en verdachte zelf. Voor sommige voorwerpen waarvan de rechthebbende niet kon worden vastgesteld, werd bewaring gelast ten behoeve van de rechthebbende.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.