ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6168
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep op opschorting uitzetting wegens lopende verblijfsvergunningaanvraag
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, verzocht de Staatssecretaris van Justitie om zijn uitzetting op te schorten op grond van artikel 25 Vreemdelingenwet Pro 2000 wegens medische redenen. Deze aanvraag werd afgewezen en het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser stelde beroep in tegen deze beslissing.
De rechtbank overwoog dat zolang de aanvraag van een verblijfsvergunning nog niet is beslist, eiser niet uitzetbaar is. Hierdoor kan hij met zijn beroep niet in een gunstiger positie komen dan waarin hij al verkeert. De rechtbank benadrukte dat de beoordeling van medische omstandigheden en uitzetbaarheid integraal plaatsvindt bij de beslissing op de verblijfsvergunningaanvraag.
Daarom heeft eiser geen belang bij een afzonderlijke beoordeling van het verzoek tot opschorting van uitzetting. Het beroep werd dan ook niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek tot opschorting van uitzetting wordt niet-ontvankelijk verklaard.