ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6320
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortzetting vrijheidsontnemende maatregel en vroegtijdige presentatie asielzoeker
De vreemdeling, afkomstig uit Togo, had een asielaanvraag ingediend die op 10 juni 2002 werd afgewezen. Tegen deze beslissing en de voortzetting van zijn vrijheidsontnemende maatregel werd beroep ingesteld bij de rechtbank 's-Gravenhage. De rechtbank had reeds op 15 mei 2002 geoordeeld over de rechtmatigheid van de maatregel, nu stond de voortzetting ervan ter beoordeling.
De vreemdeling had verklaard bereid te zijn mee te werken aan de presentatie bij de Togolese ambassade en had een aanvraagformulier voor een laissez-passer ingevuld en ondertekend. De rechtbank stelde vast dat het asielrelaas ongeloofwaardig was, mede doordat de vreemdeling had toegegeven zijn verklaring bij de politie te hebben verzonnen en uit leeftijdsonderzoek bleek dat hij ouder was dan opgegeven.
De rechtbank benadrukte dat de mogelijkheid tot vroegtijdige presentatie terughoudend moet worden toegepast en alleen bij bijzondere omstandigheden, zoals in dit geval, gerechtvaardigd is. De voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel werd niet onrechtmatig bevonden. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de voortzetting van de vrijheidsontnemende maatregel wordt ongegrond verklaard.