ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6336
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering vluchtelingenstatus wegens betrokkenheid bij misdrijven tegen de menselijkheid bij Afghaanse veiligheidsdienst
Eiser, voormalig officier bij de Afghaanse veiligheidsdienst Khad, verzocht om toelating als vluchteling en een verblijfsvergunning in Nederland. Hij stelde dat hij slechts administratieve taken verrichtte en niet betrokken was bij mensenrechtenschendingen. De rechtbank onderzocht zijn loopbaan en werkzaamheden, waarbij het ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken een klimaat van terreur en systematische mensenrechtenschendingen binnen de Khad beschreef.
De rechtbank concludeerde dat eiser, gezien zijn rang en functies, persoonlijke betrokkenheid had bij misdrijven tegen de menselijkheid, ook al was er geen bewijs van directe fysieke deelname vereist. Eisers ontkenningen werden niet geloofwaardig geacht, mede door zijn bevorderingen en verantwoordelijkheden. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde wegens onvoldoende onderbouwing.
De rechtbank oordeelde dat artikel 1F van het Vluchtelingenverdrag van toepassing is, waardoor eiser geen vluchtelingenstatus of verblijfsvergunning kan krijgen. Ook werd overwogen dat het niet aannemelijk is dat eiser een reëel risico loopt op een verboden behandeling bij terugkeer, zodat artikel 3 EVRM Pro niet tot verblijf leidt.
Het beroep werd ongegrond verklaard en de weigering van toelating en verblijf bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van vluchtelingenstatus en verblijfsvergunning bevestigd wegens betrokkenheid bij misdrijven tegen de menselijkheid.