ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6574
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen weigering asielgerelateerde verblijfsvergunning en onbevoegdheid inzake amv-verblijfsvergunning
Eiser, een Chinese nationaliteit, heeft op 11 januari 1999 een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. Verweerder heeft bij beschikking van 14 juni 2001 de aanvraag om een asielgerelateerde verblijfsvergunning geweigerd. Eiser stelde beroep in tegen deze beschikking en tegen de ambtshalve weigering van een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv).
De rechtbank overweegt dat uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) volgt dat de bestreden beschikking niet mede strekt tot de weigering van een amv-verblijfsvergunning. Omdat eiser ten tijde van zijn aanmelding niet minderjarig was, is er geen aanleiding om ambtshalve toetsing aan het amv-beleid toe te passen. De rechtbank acht zich daarom onbevoegd kennis te nemen van het beroep tegen de ambtshalve weigering van een amv-verblijfsvergunning.
Daarnaast is eiser niet-ontvankelijk verklaard in het beroep tegen de weigering van de asielgerelateerde verblijfsvergunning, omdat het beroepschrift geen gronden bevatte tegen deze weigering. De rechtbank benadrukt dat eiser de primaire ambtshalve beslissing omtrent een amv-verblijfsvergunning mag afwachten. Het beroep wordt derhalve niet-ontvankelijk verklaard en de rechtbank verklaart zich onbevoegd voor het deel dat ziet op de amv-verblijfsvergunning.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor de asielgerelateerde verblijfsvergunning en de rechtbank is onbevoegd voor het beroep tegen de amv-verblijfsvergunning.