ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6584
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Bennekom
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatige oplegging vrijheidsontnemende maatregel wegens onvoldoende taalbegrip
Eiser, een vreemdeling van Angolese nationaliteit, kreeg op 10 juni 2002 op Schiphol een vrijheidsontnemende maatregel opgelegd op grond van artikel 6 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De beschikking werd aan eiser in het Engels uitgereikt, terwijl eiser slechts een paar woorden Engels sprak en Portugees als moedertaal had. Verweerder stelde dat eiser voldoende Engels begreep, onder meer omdat hij zijn personalia in het Engels had opgegeven.
De rechtbank oordeelde dat het enkel opgeven van personalia in het Engels onvoldoende bewijs is dat eiser de inhoud en strekking van de beschikking begreep. Dit is in strijd met artikel 5 EVRM Pro en het beleid uit de Vreemdelingencirculaire 2000, dat vereist dat de mededeling in een voor de vreemdeling begrijpelijke taal moet zijn. De rechtbank stelde vast dat eiser onvoldoende Engels machtig was om de maatregel en rechtsmiddelen te begrijpen.
Daarom verklaarde de rechtbank het beroep gegrond en beval de opheffing van de vrijheidsontnemende maatregel met ingang van 20 juni 2002. Tevens werd eiser een schadevergoeding van €550 toegekend voor de onrechtmatige vrijheidsontneming en werden de proceskosten van €322 aan eiser toegekend. De uitspraak werd gedaan door voorzitter W.J. van Bennekom op 20 juni 2002.
Uitkomst: Vrijheidsontnemende maatregel opgeheven wegens onvoldoende taalbegrip, met toekenning van schadevergoeding en proceskosten.