ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6603
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen uitzetting wegens medische en persoonlijke omstandigheden
Verzoekster, afkomstig uit de Democratische Republiek Congo (DRC), verzocht om schorsing van haar uitzetting naar de DRC in afwachting van de beslissing op haar bezwaarschrift tegen de afwijzing van haar vluchtelingenstatus. Zij vreesde vervolging en had een zorgwekkende medische situatie, waaronder posttraumatische stress en suïcidale ideatie.
De staatssecretaris had haar aanvraag afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid en stelde dat zij niet voldeed aan de criteria voor vluchtelingenstatus of medische verblijfsvergunning. Verzoekster kon haar identiteit en verblijf in Kameroen niet volledig onderbouwen, en er was twijfel over haar verhaal.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de situatie in de DRC niet automatisch leidt tot vluchtelingenstatus, maar dat verzoekster aannemelijk moest maken dat zij persoonlijk gevaar loopt. Dit was niet voldoende aangetoond voor vervolging, maar gezien haar medische toestand en de problematische situatie voor alleenstaande vrouwen in de DRC, was onvoldoende onderzocht of terugkeer een schending van artikel 3 EVRM Pro zou opleveren.
Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening toegewezen, waardoor uitzetting werd verboden totdat op het bezwaarschrift is beslist. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Verzoek om voorlopige voorziening tegen uitzetting wordt toegewezen wegens onvoldoende onderzoek naar risico op schending artikel 3 EVRM.