ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6666
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Heropening onderzoek naar bewaring en verblijfsvergunning amv in vreemdelingenrecht
De Staatssecretaris van Justitie legde op 10 juli 2002 een maatregel van bewaring op aan een Angolese minderjarige vreemdeling zonder rechtmatig verblijf, met het oog op uitzetting. De rechtbank ontving kennisgeving van deze maatregel en behandelde het beroep op 19 juli 2001. Tijdens de behandeling bleek dat het onderzoek niet volledig was omdat onduidelijk was of verweerder ambtshalve had beslist op de mogelijke aanspraak van eiser op een verblijfsvergunning als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv).
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en concludeert dat verweerder expliciet ambtshalve moet beslissen over de amv-aanvraag. Omdat een dergelijk besluit ontbrak in het dossier, rijst de vraag of eiser de beslissing hier te lande mag afwachten. De rechtbank acht dit redelijk, gelet op eerdere jurisprudentie en artikel 8 Vreemdelingenwet Pro 2000, dat rechtmatig verblijf garandeert tijdens de afwachting van een verblijfsvergunning asiel.
De rechtbank verzoekt verweerder zich uit te laten over deze punten en over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring. Op grond van artikel 8:68 Algemene Pro wet bestuursrecht besluit de rechtbank het onderzoek te heropenen om deze vragen nader te onderzoeken.
Uitkomst: De rechtbank heropent het onderzoek naar de maatregel van bewaring wegens ontbrekende ambtshalve beslissing op de amv-aanvraag.