ECLI:NL:RBSGR:2002:AE6748
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing verblijfsvergunning staatloze Syrische Koerd wegens onvoldoende feitelijke grondslag
Eiser, een staatloze Syrische Koerd en lid van de verboden Yeketi-partij, gaf Koerdische taallessen die door de Syrische autoriteiten werden bestraft. Hij werd in 2001 gearresteerd en gedetineerd vanwege deze activiteiten en vreest vervolging bij terugkeer. Verweerder wees de aanvraag voor een verblijfsvergunning af, stellende dat onvoldoende bewijs bestond voor vervolgingsgevaar en dat de detentie niet tot vluchtelingstatus leidde.
De rechtbank oordeelt dat het ambtsbericht onvoldoende duidelijkheid geeft over het verbod op het onderwijzen van de Koerdische taal in de privésfeer, maar dat de detentie van eiser wegens deze lessen wel degelijk een feitelijke grondslag vormt voor vervolgingsgevaar. Verweerder heeft de detentie en de aanleiding daarvan niet betwist, maar baseerde zijn afwijzing op onvoldoende feitelijke onderbouwing.
De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit niet voldoet aan de vereisten van zorgvuldigheid en motivering zoals voorgeschreven in de Awb en vernietigt het besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten ten laste van de Staat.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd.