ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7241
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling Surinaamse nationaliteit
De vreemdeling, met Surinaamse nationaliteit, was sinds 25 juli 2002 in vreemdelingenbewaring geplaatst. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel, stellende dat er geen zicht op uitzetting bestond en dat de procedurele behandeling niet correct was verlopen.
De rechtbank overwoog dat eerdere bewaringen zonder uitzetting geen uitsluiting van toekomstig zicht op uitzetting betekenen. Verweerder had op 1 augustus 2002 een aanvraag voor een laissez-passer ingediend bij de IND om de vreemdeling te presenteren bij de Surinaamse autoriteiten. De stelling van de gemachtigde dat feitelijke gegevens niet schriftelijk waren toegezonden, werd verworpen omdat dit niet op een rechtsregel berustte.
De rechtbank zag geen schending van de goede procesorde en gaf aan dat de vreemdeling bij twijfel over de juistheid van de mondelinge informatie een verzoek tot aanhouding of schriftelijke toelichting kon indienen, wat niet was gedaan. Er was geen grond om de vrijheidsontneming op te heffen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de maatregel gehandhaafd.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en handhaaft de vrijheidsontnemende maatregel.