ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7264
Rechtbank 's-Gravenhage
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vrijstelling mvv-vereiste afgewezen wegens onvoldoende medische noodzaak, beroep gegrond verklaard
Eiseres, van Surinaamse nationaliteit, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning in Nederland, die buiten behandeling werd gesteld wegens het ontbreken van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv). Zij stelde dat zij vrijstelling van het mvv-vereiste zou moeten krijgen op grond van ernstige medische omstandigheden, waaronder astmatische klachten die samenhangen met traumatische ervaringen in Suriname.
De rechtbank stelde vast dat hoewel eiseres ernstige medische klachten heeft, zij niet onder medische behandeling in Nederland staat en haar verblijf in Nederland juist leidt tot vermindering van haar klachten. Hierdoor kon zij geen beroep doen op de vrijstelling van het mvv-vereiste volgens artikel 16a, derde lid, sub d, Vreemdelingenwet (Vw).
Echter oordeelde de rechtbank dat verweerder onvoldoende onderzoek had gedaan naar de mogelijkheid van toepassing van de hardheidsclausule (artikel 16a, zesde lid, Vw), die in uitzonderlijke gevallen vrijstelling kan verlenen. Omdat verweerder niet de nodige kennis had vergaard en het besluit onvoldoende gemotiveerd was, werd het beroep gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De rechtbank bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen, verbood de uitzetting van eiseres zolang het bezwaar niet is beslist, en veroordeelde verweerder in de proceskosten. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen, maar verweerder werd ook hiervoor in de kosten veroordeeld.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en verweerder wordt verplicht een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak.