ECLI:NL:RBSGR:2002:AE7550
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.C. Greeuw
- M.A.C. Hofman
- J.M. Janse van Mantgem
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag Somalische Reer Hamar wegens verblijfsalternatief in Noord-Somalië
Eiser, een Somalische asielzoeker behorend tot de minderheidsgroep Reer Hamar, verzocht om een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd op grond van asiel. Zijn aanvraag werd afgewezen door verweerder, die stelde dat terugkeer naar Noord-Somalië mogelijk was vanwege een relatief veilige situatie en een verblijfsalternatief.
De rechtbank onderzocht de situatie in Noord-Somalië aan de hand van ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken en diverse door eiser overgelegde nieuwsberichten en rapporten. Hoewel er gewapende conflicten waren in Puntland, betroffen deze slechts enkele steden en vormden zij geen aanleiding om het beleid van verweerder te verwerpen. De rechtbank volgde de eerdere uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat terugkeer naar Noord-Somalië niet van bijzondere hardheid is.
Eiser kon niet aannemelijk maken dat hij persoonlijk zodanig werd vervolgd dat hij als vluchteling moest worden erkend. Zijn stellingen over bedreigingen en mishandelingen werden onvoldoende onderbouwd om het besluit te vernietigen. Ook het beroep op artikel 3 EVRM Pro faalde omdat geen reëel risico op verboden behandeling kon worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat het bestreden besluit, inclusief het beleid ten aanzien van minderheden zoals de Reer Hamar, stand houdt. Het beroep is ongegrond verklaard en de aanvraag tot een verblijfsvergunning asiel afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de Somalische asielzoeker wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van zijn verblijfsvergunning asiel gehandhaafd.