ECLI:NL:RVS:2002:AD9390
Raad van State
- Hoger beroep
- B. van Wagtendonk
- M. Vlasblom
- T.M.A. Claessens
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen weigering verblijfsvergunning asiel minderheidsgroepen Somalië
De zaak betreft het hoger beroep van de staatssecretaris van Justitie tegen uitspraken van de rechtbank die het categoriale beschermingsbeleid jegens Somalische minderheidsgroepen, de Ashraf-Hussein, in het relatief veilige noorden van Somalië betrof. De rechtbank had geoordeeld dat de vreemdelingen geen vestigingsalternatief hadden en dat de toetsingsmaatstaf onjuist was toegepast.
De Raad van State overweegt dat de staatssecretaris een ruime beoordelingsmarge heeft bij het bepalen van het categoriale beschermingsbeleid op grond van artikel 29 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Het binnenlands beschermingsalternatief is een element in de beoordeling van de algemene situatie in het land van herkomst en behoort marginaal te worden getoetst door de rechter.
De staatssecretaris baseerde zijn beleid op ambtsberichten van de Minister van Buitenlandse Zaken en concludeerde dat minderheidsgroepen in Puntland en Somaliland niet worden vervolgd en hun veiligheid in het algemeen niet in gevaar is, hoewel zij sociaal-economisch gediscrimineerd worden. Amnesty International brieven boden geen concrete aanknopingspunten om aan de juistheid van deze informatie te twijfelen.
De Raad van State vernietigt de uitspraken van de rechtbank en verklaart de beroepen ongegrond, waarmee het categoriale beschermingsbeleid ten aanzien van de minderheidsgroepen wordt bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de beroepen bij de rechtbank worden ongegrond verklaard, waarmee het categoriale beschermingsbeleid voor minderheidsgroepen in het noorden van Somalië wordt bevestigd.