ECLI:NL:RBSGR:2002:AE8416
Rechtbank 's-Gravenhage
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit verblijfsvergunning wegens onzorgvuldige motivering en ontbreken verblijfsalternatief
Eiser, een Koerdische vreemdeling geboren in Centraal-Irak, diende een asielaanvraag in na deportatie naar Iran in 1982 en vervolging aldaar. De Staatssecretaris van Justitie wees de aanvraag af, stellende dat eiser niet als vluchteling kon worden aangemerkt en dat er een verblijfsalternatief in Noord-Irak bestond.
De rechtbank oordeelde dat onvoldoende duidelijkheid bestond over het vluchtelingenchap van eiser op grond van zijn deportatie en dat het bestreden besluit onzorgvuldig was voorbereid en onvoldoende gemotiveerd. Daarnaast stelde de rechtbank vast dat het beleid van verweerder gebaseerd was op een verblijfsalternatief in Noord-Irak, maar dat dit alternatief feitelijk niet toegankelijk was voor uitgeprocedeerde asielzoekers uit Centraal-Irak.
Gezien het feit dat eiser onder het vertrekmoratorium viel en geen toegankelijk verblijfsalternatief had, concludeerde de rechtbank dat het besluit ex nunc bezien niet deugdelijke motivering bevatte en vernietiging verdiende. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen en werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onzorgvuldige motivering en ontbreken van een verblijfsalternatief.